Het korte antwoord
Een escape room of een enkele themaruimte begint meestal rond de 8.000 euro aan techniek en werk. Een dark ride of een zaal met mechaniek loopt op tot enkele tonnen. Daartussen zit vrijwel elk project dat wij doen.
Dat is een brede bandbreedte, en dat is eerlijk. Wie je zonder plattegrond een exact bedrag noemt, verkoopt je een aanname. Na één gesprek en een plattegrond geven we een bandbreedte, niet pas na drie weken.
Wat bepaalt de prijs?
Het aantal aangestuurde onderdelen. Niet de vierkante meters en niet het aantal bezoekers, maar het aantal dingen dat afzonderlijk aan, uit of in beweging moet. Twintig lampen op één groep is één uitgang. Twintig lampen die los moeten kunnen, zijn twintig uitgangen, twintig aders en twintig regels in de cuelijst.
De veiligheidseisen. Een kast die alleen licht schakelt is iets anders dan een installatie met een veiligheidsketen, noodstops en een keurmeester die erop af komt. Dat verschil zit in componenten, in documentatie en vooral in tijd.
De staat van wat er al hangt. Een bestaande installatie die netjes is gedocumenteerd, scheelt dagen. Een plafond vol ongelabelde aders van drie verbouwingen geleden kost die dagen alsnog.
En de mechaniek. Zodra er iets beweegt, komt daar een hele discipline bij: aandrijving, eindposities, terugmelding en de vraag wat er gebeurt als iemand er middenin gaat staan.
Waar gaat het geld heen?
Grofweg gaat het naar drie dingen: hardware, engineering en de dagen op locatie. De hardware is meestal het kleinste deel van de drie, en dat verrast mensen.
Hardware is de kast, de voeding, de relais en de I/O, de netwerkapparatuur en de bekabeling. Voor een enkele ruimte praat je over een paar duizend euro aan onderdelen, tenzij er mechaniek of een veiligheidsketen bij komt.
Engineering is het schema tekenen, de kast bouwen, de logica programmeren en het geheel op de werkbank testen voordat het de locatie in gaat. Dat is het grootste blok, en het is ook het blok dat bepaalt of je er over vijf jaar nog blij mee bent.
De dagen op locatie zijn installeren, aansluiten, inregelen en de crew instrueren. Wij houden dat blok expres klein door zo veel mogelijk hier te bouwen en te testen. Op locatie verliezen we liever geen dagen aan zoeken.
Waarom kost de software zo weinig?
Omdat het meeste ervan al bestaat. De cue-engine, de state machine, de webinterface en de koppelingen naar DMX, OSC en Modbus zijn bouwstenen die we in elk project gebruiken. Wat per project nieuw is, is de cuelijst en de logica van jouw ruimte, en dat is dagen werk, geen maanden.
Dat is meteen de reden dat het verschil tussen 8.000 euro en enkele tonnen zelden in de software zit. Een tweede zone toevoegen kost een uitgang, een ader en een regel. Een tweede aangedreven decorstuk toevoegen kost een aandrijving, een terugmelding, een veiligheidsafweging en een testdag.
Wat kost het onderhoud?
Bij een goed gebouwd systeem: weinig. Wij ontwerpen op tien jaar met industriële componenten op DIN-rail en onderdelen die je over vijf jaar nog kunt bestellen. Er is geen abonnement nodig om een deur open te krijgen.
Wat wel verstandig is, is een afspraak over reactietijd als je vaste openingstijden hebt. Niet omdat het systeem stukgaat, maar omdat een avond zonder omzet duurder is dan de afspraak.
Reken daarnaast op de gewone dingen: een lamp, een sensor die na jaren vervangen moet, een uitbreiding omdat er een ruimte bij komt. Daar houden we in het ontwerp rekening mee met reserve-uitgangen op de kast en ruimte in de cuelijst.
Waarop je niet moet bezuinigen
Op de kast en de bekabeling. Dat is het deel dat niemand ziet en dat over vijf jaar bepaalt of een monteur die wij nooit ontmoet hebben ermee vooruit kan. Een ongelabelde kast is goedkoop op de dag van oplevering en duur elke dag daarna.
Op de veiligheidsketen. Die is niet onderhandelbaar en die moet je niet willen uitkleden om een offerte te laten kloppen.
En op de documentatie. Schema's die kloppen met wat er hangt zijn het verschil tussen een storing van een uur en een storing van een week.
Hoe wij een prijs opbouwen
We beginnen bij het moment, niet bij de apparatenlijst: wat moet het publiek voelen? Daarna pas de vraag welke techniek dat betaalbaar mogelijk maakt.
Dan volgt een cuelijst die je hardop kunt voorlezen en een schema dat je installateur begrijpt. Op basis daarvan komt de begroting, en die is opgebouwd uit onderdelen die je stuk voor stuk kunt herkennen. Geen posten met de naam diversen.
Blijkt tijdens de bouw dat de uitgangspunten niet kloppen, bijvoorbeeld doordat de ruimte anders is dan getekend, dan melden we dat voordat we doorwerken.
Zo loopt het traject →
Naar de betreffende pagina's