Uitleg

DMX, Art-Net, OSC en sACN uitgelegd

Vier namen die in elke offerte langskomen en die zelden iemand uitlegt. Wat ze zijn, waar ze vandaan komen, en wanneer je welke pakt.

Netwerkswitch en patchpaneel waarover Art-Net en sACN lopen

DMX512: de oude standaard die nergens heen gaat

DMX512 komt uit 1986 en stuurt 512 kanalen over één kabel. Elk kanaal is een getal van nul tot 255. Eén lamp gebruikt er een paar: dimwaarde, rood, groen, blauw. Die 512 kanalen samen heten een universe.

Het is bewust dom: er zit geen terugmelding in, geen adressering, geen controle of het pakket is aangekomen. De zender roept 44 keer per seconde alle 512 waarden om, en wie luistert luistert. Dat klinkt primitief en is precies waarom het al veertig jaar werkt.

De beperking is de bekabeling. Eén universe is één keten van apparaten, en die keten moet je fysiek door het gebouw trekken. Bij twee universes trek je twee ketens.

Art-Net en sACN: DMX over het netwerk

Art-Net en sACN lossen allebei hetzelfde probleem op: dezelfde DMX-data, maar dan over een gewone ethernetkabel. In plaats van een keten door het gebouw leg je één netwerk aan, en zet je bij elke groep armaturen een node die er weer DMX van maakt.

Het verschil tussen de twee is vooral herkomst en gedrag op het netwerk. Art-Net is ouder en stuurt van oorsprong breedband over het hele netwerk, wat op een groot netwerk merkbaar wordt. sACN (formeel E1.31) gebruikt multicast, waardoor apparaten zich abonneren op alleen de universes die ze nodig hebben.

In de praktijk: heb je één netwerk met een handvol nodes, dan maakt het niet uit. Wordt het groter, of deel je het netwerk met andere apparatuur, dan is sACN de rustigere keuze. Beide horen op een eigen VLAN, niet op het gastennetwerk van het pand.

OSC: de taal tussen software

Open Sound Control is geen lichtprotocol maar een berichtenformaat. Je stuurt een adres en een waarde: /zaal/scene/start met een 1 erachter, of /volume/bar met 0.4. Dat mag een getal zijn, een tekst, of meerdere tegelijk.

Daarmee is het precies wat DMX niet is: leesbaar, flexibel en niet gebonden aan 512 kanalen van nul tot 255. Mediaservers, geluidssoftware, QLab, showcontrol en Bitfocus Companion praten het allemaal.

De keerzijde is dat er geen standaard voor de adressen bestaat. Elk apparaat verzint zijn eigen namen, dus je hebt de documentatie van de fabrikant nodig. En OSC gaat meestal over UDP: verstuurd is niet aangekomen. Voor een cue die er echt toe doet leggen we daarom een terugmelding aan in plaats van te hopen.

MIDI en SMPTE: als tijd heilig is

MIDI komt uit de muziekwereld en wordt in showland vooral gebruikt om een knop op een apparaat naar een ander apparaat te sturen. Simpel, betrouwbaar, en op korte afstand nog altijd prima.

SMPTE-timecode is iets anders: dat is een doorlopende klok, uur-minuut-seconde-frame, waar meerdere apparaten op meelopen. Als licht, geluid en video echt op de frame moeten vallen over een show van twintig minuten, is meelopen op een gedeelde timecode betrouwbaarder dan alles apart starten en hopen dat het gelijk blijft.

Modbus, Profinet en gewoon een contact

Zodra er iets mechanisch gebeurt, kom je in de wereld van de industriële automatisering. Modbus en Profinet zijn de protocollen waarmee je met een PLC praat: standen uitlezen, uitgangen zetten, storingen ophalen.

En dan is er de eenvoudigste van allemaal: een droog contact. Twee draden die elkaar raken of niet. Geen adressering, geen firmware, geen netwerk. Voor een noodstop, een deurcontact of een startknop is dat nog altijd het betrouwbaarste signaal dat er is, en dat blijft het.

Een goed systeem gebruikt ze door elkaar heen: OSC naar de mediaserver, sACN naar het licht, Modbus naar de PLC en een contact naar de knop bij de deur.

Wat er in de praktijk misgaat

Het netwerk. Art-Net en sACN op hetzelfde netwerk als de kassa, de wifi en de camera's gaat een tijd goed en dan een keer niet. Showverkeer hoort op een eigen VLAN met apparatuur die multicast aankan.

Vaste IP-adressen die niemand heeft opgeschreven. Een node die na een stroomstoring een ander adres krijgt, is een groep armaturen die het niet doet en niemand die weet waarom.

Universes die dubbel gebruikt worden. Twee bronnen die op hetzelfde universe zenden, geven flikkerend licht dat je een dag kunt zoeken.

En het klassieke: een gesloten systeem in de keten dat geen enkele aansturing heeft. Dat hoor je van ons voordat je het bestelt, niet erna.

Welke moet ik kiezen?

Meestal niet één. De vraag is niet welk protocol het beste is, maar welk protocol het apparaat spreekt dat je wilt aansturen. Licht doet DMX, over het netwerk als sACN. Software doet OSC. Mechaniek doet Modbus of een contact.

Wat wél een keuze is: zorgen dat alles door één systeem wordt aangestuurd in plaats van door vier losse. Dat is showcontrol, en het is de reden dat de protocollen eronder er voor jou niet toe hoeven doen.

Wat showcontrol precies is

Veelgestelde vragen

Wat mensen hierover vragen.

Wat is het verschil tussen Art-Net en sACN?

Beide sturen DMX-data over ethernet. Art-Net is ouder en zendt van oorsprong breedband over het hele netwerk; sACN gebruikt multicast, zodat apparaten zich abonneren op alleen de universes die ze nodig hebben. Op een klein netwerk maakt het niet uit, op een groot netwerk is sACN rustiger.

Hoeveel lampen passen er in één DMX-universe?

Dat hangt af van het aantal kanalen per armatuur. Een universe heeft 512 kanalen; een simpele dimmer gebruikt er één, een RGB-armatuur drie tot vier, een moving head al snel twintig of meer. Reken dus in kanalen en niet in stuks.

Kan ik DMX en OSC combineren?

Ja, en dat is de normale situatie. OSC praat met software, DMX en sACN met licht, Modbus of een contact met mechaniek. Showcontrol is de laag die ze alle vier tegelijk aanstuurt vanuit één cuelijst.

Tell us your story

Een vraag die hier niet beantwoord wordt?

Stuur een schets, een plattegrond of gewoon een verhaal. Je krijgt binnen twee werkdagen een eerlijk antwoord.